Bouwingenieur meet WADI drainagesysteem tijdens opgravingswerkzaamheden in zandige grond met zichtbare steenlagen

Hoe ontwerp je een WADI?

Een WADI ontwerpen begint met het bepalen van de juiste locatie waarbij bodemopbouw, doorlatendheid en de grondwaterstand bepalend zijn. Je berekent de afmetingen aan de hand van het aangesloten oppevlak en de verwachte neerslaghoeveelheden. Het ontwerp moet voldoen aan de eisen van de gemeente en het waterschap voor het compenseren van het verharde oppervlak.

Wat is een WADI en waarom zou je er een ontwerpen?

Een Wadi is een verlaging in het maaiveld waarin hemelwater tijdelijk wordt geborgen. Afhankelijk van de bodemgesteldheid infiltreert het water in de ondergrond of wordt het vertraagd afgevoerd.

Wadi’s worden veel toegepast in stedelijke gebieden om piekafvoeren te verminderen en het rioolstelsel te ontlasten. In plaats van directe afvoer naar het riool, wordt regenwater lokaal vastgehouden en verwerkt, wat bijdraagt aan een meer natuurlijke waterhuishouding.

Je kiest voor een WADI wanneer je te maken hebt met:

  • Wateroverlast door piekbuien
  • Eisen voor watercompensatie bij nieuwbouw
  • Verdroging door te veel verharding
  • Overbelasting van het rioolsysteem

Voor gebiedsontwikkeling biedt een WADI een robuuste en relatief eenvoudige oplossing die invulling kan geven aan de eisen van waterschappen en gemeenten.

Waar kun je het beste een WADI aanleggen?

De beste locatie voor een WADI wordt onder andere bepaald door de bodemsoort en de grondwaterstand. Een wadi aanleggen in een gebied met een goed doorlaatbare bodem is geschikt voor infiltratie. Het is ook mogelijk om een wadi aan te leggen in minder doorlatende bodem. In dit geval wordt ingezet op vertraagde afvoer waarbij de bovengrondse berging wordt benut.

Bij de locatiekeuze let je op deze criteria:

Aspect Geschikt Niet geschikt
Bodemtype Zand, zandleem Klei, veen
Grondwaterstand Dieper dan 1 m Ondieper dan 1 m
Afstand tot bebouwing Minimaal 5 m Minder dan 5 m
Helling 0–3% Meer dan 5%

In stedelijke omgevingen kies je bij voorkeur voor parkeerplaatsen, pleinen of paden met beperkt zwaar verkeer. De waterhuishouding van het gebied bepaalt mede waar een WADI het meest effectief is. Vermijd locaties boven kabels en leidingen en houd rekening met de bereikbaarheid voor onderhoud.

Welke materialen heb je nodig voor een WADI?

Een wadi bestaat in de basis uit een eenvoudige opbouw en is meestal ingericht als groenvoorziening. Afhankelijk van de functie van de wadi kan deze deels worden ingericht met halfverharding.

De standaardopbouw bestaat voornamenlijk uit:

  • Beplanting en/ of halfverharding
  • Een vegetatie- of leeflaag van 0,1 m
  • De onderliggende natuurlijke bodem

Aanvullende lagen zijn niet standaard, maar afhankelijk van het doel en de bodem:

  • Drainage (bij slechte doorlatendheid of voor vertraagde afvoer)
  • Grindpakket (ter verbetering van de infiltratie)
  • Geotextiel (scheiding van lagen)

De keuze voor deze elementen hangt af van de infiltratiecapaciteit en of de wadi wordt ingezet voor infiltratie of voor tijdelijke berging met afvoer.

Aanvoer en afvoer:

Aansluiten van de hemelwaterafvoer en afvoer richting het riool kan op verschillende manieren:

  • Uitstroomtegels: halfverharding rondom de tegel is geadviseerd om uitspoeling van de leeflaag te voorkomen;
  • Uitstroombakken: hetzelfde principe als een uitstroomtegel;
  • Slokop: wordt aangelegd op het maximale waterniveau, waarna het wordt afgevoerd naar het riool;
  • Overstortput: afhankelijk van de eisen van de gemeente geldt een maximale ledigingstijd van de wadi. In de overstortput kan met een leegloopgat de lediging van de wadi worden bepaald.

Hoe bereken je de juiste afmetingen voor een WADI?

De afmetingen van een WADI bereken je op basis van het aangesloten oppervlak, maatgevende bui en de infiltratiecapaciteit van de bodem. Als vuistregel geldt: 10–20% van het afstromende oppervlak moet waterdoorlatend zijn.

Voor de berekening volg je deze stappen:

  1. Bepaal de minimale berging van de wadi
    Gebruik de formule: bergingsvolume = aangesloten oppervlak × maatgevende bui
    Maatgevende bui: 60 mm
    Aangesloten oppervlak: 1000 m²
    Minimale capaciteit= (60 mm/1000)*1000 m² = 60 m³
  2. Bepaal de infiltratiecapaciteit
    Afhankelijk van de vormgeving van de wadi wordt het oppervlak van het talud (wanden) gerekend als infiltratieoppervlak. Dit wordt vermenigvuldigd met de K-waarde van de bodem om de infiltratiecapaciteit te bepalen.

Indien infiltratie niet mogelijk is zal de overstort richting het riool berekend moeten worden. In dit geval kan infiltratie niet meegerekend worden in de afvoer van hemelwater. Alleen de (tijdelijke) oppervlakkig berging kan in de berekening worden meegenomen.

Hoe Waterpas helpt met WADI-ontwerp

Wij begeleiden je door het hele proces van WADI-ontwerp, van het eerste advies tot en met de directievoering. Met meer dan 25 jaar ervaring in watermanagement zorgen we ervoor dat je ontwerp voldoet aan alle eisen van waterschap en gemeente.

Onze ondersteuning omvat:

  • Locatieanalyse en bodemgeschiktheid – bodemonderzoek en geschiktheidsbeoordeling
  • Hydraulische berekeningen – dimensionering en bufferberekeningen
  • Technisch ontwerp – technische tekening van de waterberging en riolering met bijbehorend bestek
  • Vergunningtraject – opstellen van stukken voor vergunningsaanvraag en afstemming met waterschap en gemeente
  • Directievoering – toezicht tijdens aanleg en oplevering

We werken pragmatisch en flexibel, zodat je project soepel verloopt. Of je nu één WADI nodig hebt of een complete waterhuishoudkundige oplossing voor gebiedsontwikkeling, we denken graag met je mee.

Heb je vragen over WADI-ontwerp voor jouw project? Ontdek onze expertise of neem direct contact met ons op voor een vrijblijvend adviesgesprek.

Gerelateerde artikelen